Kop reunie

Op de reunie is deze column, uitgesproken door Marjolein Meijers (voorheen De Berini’s, maar al jaren met haar eigen muzikanten).
Het is een sfeerbeeld van het jongerenwerk en de activiteiten op Ons Honk. De column werd door Sjoerd Kemeling geschreven.

Hallo,

Hier staan we dan, allemaal mensen die verwoede pogingen doen jong te blijven of om in elk geval deze dag weer even jong te zijn.

Dit is een plek met geschiedenis en voor een ieder hier waarschijnlijk ook een persoonlijke geschiedenis.

Hier in Ons Honk kwamen we elkaar tegen, hier zoenden we ons eerste vriendje of vriendinnetje, hier werden vriendschappen gesloten, veelal voor het leven.

In de jaren dertig van de vorig eeuw werd deze oude varkensstal omgetoverd tot een eenvoudig Natuurvriendenhuis om in de jaren 60 te ontdekken dat het niet meer voldeed aan de toenmalige eisen. Verbouw was te duur. De oplossing werd gevonden door een nieuw huis, het Koos Vorrinkhuis, te bouwen aan de overkant van de Koudelaan, toen nog een zandpad.

Dat jullie nu zo makkelijk in die auto’s van jullie naar “Koos” kunnen rijden is te danken aan het feit dat Drees, tezamen met andere sociaal-democratiese hoogwaardigheidsbekleders bij de opening van dat huis aanwezig waren. In allerijl is de Koudelaan geasfalteerd tot iets voorbij deze plek.

Er was een nieuw huis, maar wat te doen met dat oude Ons Honk.

“Ach”, opperde iemand, “laten we dat aan de jongeren geven. Dan kunnen die dat in een paar jaar helemaal opslijten”.

Die jongeren, dat waren jullie. Ruim dertig jaar vormde dit huis het centrum van de activiteiten van de Nivon-jongeren. Opgericht in 1960, een beetje om de ter ziele gegane AJC te vervangen. Zo konden de kinderen van de Instituutsleden toch in een veilige omgeving aan activiteiten deelnemen. Stel je voor dat die zouden opgroeien als nozem. De opgroeiend asfaltjeugd werd als een toenemend maatschappelijk probleem gezien. Ze moesten eens weten wat er nog ging komen.

Die volwassenen vonden het fijn te merken dat aanvankelijk al geitenwollen sokken dragend werd gevolksdanst. Het repertoire van de dansen werd al snel uitgebreid met de twist.

De ontworsteling van de Nivonjongeren aan de bevoogding van de “ouderen zette zich in.

De jaren zestig met al haar veranderingen drong ook door tot de Nivon-jongeren.

Het blad “Nivo” zorgde voor een rel door op de voorkant een foto af te beelden van een jongen en een meisje. Niks bijzonders, zou je zeggen. Ze liepen hand in hand in hun blootje langs het strand. Nog steeds niks bijzonders, zou je weer zeggen. Een heuse rel was echter het gevolg. Een aantal jongerenafdelingen bleek niets meer met die viezerikken van het landelijk jongerenwerk te maken willen hebben.

Niet dat die zich daar al te veel van aantrokken, want , vrij naar Bob Dylan, de tijden waren aan het veranderen. Ook Nivonjongeren hadden lang haar, steunden de strijd in Zuid-Afrika, protesteerden tegen Vietnam en discussieerden over kampregel 5. Een kampregel, beschreven in de aanbevelingen voor kampeerterreinen van de ANWB. Om gemengd in een tent te mogen overnachten, moest je getrouwd zijn. Op die opvatting viel wel wat af te dingen.

De landelijke Pinksterkampen gingen steeds meer lijken op een popfestival waarbij de ochtendnevel vervangen werd door hashdampen. Je kon er doen aan action-painting. Je smeerde je hele lijf, uiteraard onder deskundige leiding van een kunstenaar, in met verf, sprong daarna in het Apeldoorns kanaal om de boel af te spoelen om vervolgens te ontdekken dat je de ziekte van Weil had opgelopen.

High worden zonder  middelen kon door te Xoelapepelen, het  ritmies met stokken op de grond stampen en slaan. Een mafkees had bedacht dat hetzelfde effect had als zo’n pretsigaretje. Natuurlijk waren er ook kramen van de VVDM, de werkende jongeren (werkloze jongeren waren er niet), van pacifisten. De NVSH draaide die dagen ook een aardige omzet.

Deze jongeren, jullie dus, kregen nu het beheer over een aftandse varkensstal.

Een van de eerste activiteiten was het verwijderen van de bordjes vrouwen en mannen van de deuren van de toiletten en waslokalen.

Een kerstkamp zorgde weer voor een rel. Geheel volgens de normen van die tijd waren de programmaonderdelen niet al te strak gepland. Bij het opstaan kon je iemand tegenkomen die net naar bed ging of omgekeerd. Heel gezellig bleek het om de matrassen van de bedden te halen en in de grote zaal te leggen. Met z’n allen slapen bij de open haard.

Frans Bekkers, de toenmalige directeur van het Nivon en een doorgebroken priester, moest al zijn zalvende kwaliteiten inzetten om verontruste ouders te sussen..

De discussie over het gebruik van alcohol werd praktisch opgelost. De firma Vrumona was graag bereid eens in de zoveel weken, behalve frisdrank, ook bier langs te brengen.

Een mij niet onbekende handige Harry zou zelfs een verrijdbare bar in elkaar knutselen. Jarenlang heeft dat “Kemelding”  hier dienst gedaan.

Natuurlijk was er veel muziek. Niet alleen van platen, maar ook live.

Blues van een getormenteerde jongeman uit Amsterdam, Punk van de Utrechtse Nylons, Folk van de Bottle Folk Group, maar ook cabaret.

Een onbekend duo onder de naam Neerlands Hoop trad hier op. Ze konden op een donkere en regenachtige avond deze plek eerst niet vinden, waren te ver doorgereden en zaten met busje en al vast op het zandpad. Omkleden kon in het hokje van de huiswacht naast de zaal. Te weinig tijd voor aanvang om nog even rustig naar het toilet te gaan, besloot Freek zijn volgescheten onderbroek  door het bovenluikje naar buiten te gooien. Hun optreden is niet alleen daarom legendarisch.

In deze zaal is ook geoefend voor de Nivon Popopera, uitgevoerd op een pinksterkamp.

Platen draaien met een aardige geluidsinstallatie kon best veel volume opleveren. Daardoor kwam het niemand hem had horen binnenkomen. Daar stond ie ineens midden in de zaal. Boer Jansen, de buurman, in streepjespyama, met pet en klompen, tierend dat die herrie afgelopen moest zijn.

Het beheer van dit gebouw gebeurde uiteraard door Nivonjongeren zelf. De eerste beheerder sliep gewoon in het gebouw in een zijkamertje. Later werd het huisje bij de ingang van het terrein, “Het Probleem” ingepikt en gebruikt als woning voor de beheerders. In de loop der jaren woonden heel wat jongeren in dat huisje.

Groepen, die het gebouw huurden, lieten bij vertrek het nodige achter. Zo had je als beheerder al gauw een hele plank met bussen jozo-zout of zat je 30 liter vruchtenyoghurt weg te lepelen.

In den beginne hadden de jongeren last van de “ouderen” die aan de overkant logeerden. Deze “voetstappenzoekers”drukten soms hun neus tegen de ruiten van de beheerderswoning of van de grote zaal hier. Dat allemaal om iets van hun verleden terug te vinden. Eigenlijk doen we hier nu gewoon hetzelfde.

Toch had zo’n mooi natuurvriendenhuis aan de andere kant van de weg ook voordelen.

De omloopsnelheid van matrassen was bij “Koos” veel hoger dan hier. Daarom konden afgedankte matrassen van de overkant nog prima dienst doen in het Honk., ook al zat er een enkel vlekje op. Zo’n vlekje werd door de huiswacht van Koos logisch verklaard.  Iemand had er waarschijnlijk per ongeluk een natte spons op gelegd.

Er vallen veel verhalen te vertellen over dit gebouw. Over de boomstammen die werden binnengesleept om de haard aan de gang te houden. Over de gevaarlijke vonkenregen uit de schoorsteen, over de zwaar marxistische scholingsweekends.

Over de reis(be)geleiderstrainingen van Knor. Over de bijeenkomsten van Wij en Maatschappij van nu en straks, over de meidenweekenden, de bijeenkomsten over milieu. Over tal van andere bijeenkomsten die hier werden gehouden.

Bijeenkomsten die vormend en bepalend waren voor het verdere leven van al die jongeren die hier ruim dertig jaar rondliepen.

Hier heerste idealisme, hier heerste een grenzeloos, soms naïef , optimistisch beeld van de toekomst.

Een schoner milieu; dat kon. We experimenteerden al vroeg in de jaren 70 met zonne-energie. Het duurde ongeveer 2 ½ uur om een keteltje water aan de kook te brengen, maar bewezen was dat het kon.

We hebben met onze idealen best veel bereikt, maar er is nog veel te doen.

Er is veel ideologische tegenwind. Daardoor lijkt de toekomst misschien erger dan het verleden. We zijn dus nog lang niet klaar.

Morgenochtend praten we over de toekomst van het Nivon.

Dat Nivon is nog steeds actueel, zeker met haar keus voor een eerlijke en groene samenleving. In die keuze klinken de idealen door die hier, gevormd binnen het jongerenwerk, doorklinken.

Ook nu is er een jongerenorganisatie binnen het Nivon. Onder de naam NivonJong vormen ze een zelfstandige klup binnen het Nivon. Natuurlijk doen ze het op hun manier. Een eigen plek, een eigen centraal gelegen onderkomen hebben ze niet.

Dat zou helpen. Het bindt, het versterkt de identiteit. Dat weten jullie als geen ander.

Dit is Ons Honk.

Ik wens ze Hun Honk.