Een vreemdeling in het Zeehuis


Popelende projectontwikkelaars
Op weg naar de kamer zal de verbazing verder toenemen. Want al ligt het Zeehuis, het tegen de duinrand aan schurkend Natuurvriendenhuis van het Nivon, op een locatie waar popelende projectontwikkelaars liever vandaag dan morgen een vijfsterrenhotel zouden willen laten verrijzen, de buiten- en binnenkant van het huis ademen allesbehalve luxe en grandeur. Het tapijt op de trap is verschoten. De gangen kraken als een oude scheepsvloer. En als je je kamer inloopt, knalt een dranger achter je als een norse portier de deur dicht. Ikea-stoeltjes, een stapelbed, een hoofdkussen, een matras met molton en een wasbak – meer biedt de kamer niet. Fantastisch uitzicht op de duinen, dat wel, maar een flatscreen-tv, een eigen badkamer, een bureau, een kluisje, een koelkastje, een make-uptafel? De vreemdeling zal er vergeefs naar zoeken.

Gemoedelijkheid
Zelfs beddengoed en handdoeken ontbreken. Is dit een jeugdhotel? Een doe-het-zelf vakantiekolonie uit de jaren dertig? De soberheid, de eenvoud en ook de gemoedelijkheid van het delen van badkamer, keuken en een eetzaal maken duidelijk dat het reilen en zeilen van het Natuurvriendenhuis op een oude geschiedenis is gegrondvest, zoveel is zeker. Maar wélke geschiedenis? Hoe zit dat precies? En hoe heeft die historie weerstand kunnen bieden aan de woelingen van de moderne tijd? Onder meer over díe vraag gaat het jubileumboek dat we aan het samenstellen zijn. En over nog veel meer natuurlijk maar, we zoemen sterk in op de bijzondere bestaansgeschiedenis van het Nivon. De Natuurvriendenhuizen zijn daarvan het levende bewijs.